Niet-reguliere arbeidsrelaties

In de vorige eeuw stonden voornamelijk de flexibele varianten binnen het juridische raamwerk van de arbeidsovereenkomst (op- en afroepcontracten, thuiswerk, min-/maxcontracten) in de belangstelling met als meest opmerkelijke wapenfeit de in 1998 in de wet opgenomen uitzendrelatie. De afgelopen jaren is het spectrum verbreed naar een palet van arbeidsvormen die in meer of mindere mate van de klassieke arbeidsovereenkomst – het “vaste contract” – afwijken. Hierbij kan met name worden gedacht aan:

  • de zelfstandige zonder personeel (zzp’er), waar onder andere de platformwerker onder wordt geschaard;
  • payroll.

Recente ontwikkelingen

De toename van het aantal arbeidsvormen wordt gevoed door meerdere ontwikkelingen. Zo is de arbeidsovereenkomst in de eenentwintigste eeuw voor veel werkverschaffers (werkgevers en opdrachtgevers) geen begerenswaardige contractvorm meer, omdat deze te zeer beladen zou zijn met bezwarende regels, onder meer op het terrein van ontslag en arbeidsongeschiktheid. Een andere, regelmatig genoemde reden voor deze vlucht vormt de internationale concurrentie die vooral de werkgeverskosten aan de onderkant van de arbeidsmarkt onder druk zetten: klassieke arbeid zou te duur zijn (geworden).

De opkomst van het zzp-schap

De snelle groei van zelfstandig ondernemerschap “zonder personeel” – de zzp’er – heeft veel vragen opgeroepen omtrent het gewenste beschermingsniveau en regulering van deze groep. Een interessante vraag is in hoeverre de opkomst van zelfstandigen samenhangt met de perceptie van werkgevers en werknemers op de regulering van arbeid. Bovendien heeft de Europese Commissie zich over dit onderwerp uitgelaten en onder meer aanbevolen de prikkels om gebruik te maken van zzp’ers te verminderen en sociale bescherming voor deze groep te bevorderen.

De platformwerker

De veranderingen van de (aard van de) arbeid zelf door de voortdurende groei van de dienstensector en de behoefte aan flexibilisering bij zowel werkverschaffer als werkenden, die de arbeidsovereenkomst niet of nauwelijks kan bieden, heeft geleid tot een nieuw soort werker: de platformwerker. Hierbij werkt de informatietechnologie als een katalysator voor nieuwe ondernemingsvormen. Deze ontwikkeling is zowel gaande op nationaal, Europees en internationaal niveau. Samengevat valt deze ontwikkeling onder de noemer van decrowd economy, waarbij termen als sharing economycollaborative economycollaborative consumption,peer-to-peer economygig economy, platformeconomie of on-demand economie worden gebruikt ter identificatie van specifieke verschijningsvormen ervan. Tegelijkertijd wordt de maatschappij hierdoor voor aanzienlijke dilemma’s gesteld die voor een belangrijk deel samenhangen met het arbeidsrecht en socialezekerheidsrecht, waarbij te denken valt aan gelijkebehandelingswetgeving, ontslagbescherming, loon(door)betaling, maar ook aan open geformuleerde concepten als goed werkgeverschap. De vraag onder welke regels van het arbeidsrecht deze (en andere) “van onderop” komende initiatieven behoren te vallen, staat in het brandpunt van de belangstelling. Sociaalwetenschappelijk onderzoek is hier zeer relevant en kan licht doen schijnen op de motieven (en ervaringen) van het platform zelf, degenen die via het platform werken en degenen die via een platform opdrachten uitzetten.

Payroll

Resumerend

In feite richt onderzoek binnen dit hoofdthema zich op de vraag naar de achtergronden voor de keuze voor de ene of andere werkverhouding, de juridische verschillen ertussen en de vraag of het beschermingsniveau ten aanzien van deze niet-reguliere vormen – waarvan sommige die benaming heden ten dage amper meer kunnen dragen – in relatie tot de reguliere arbeidsovereenkomst (of: in relatie tot geïdentificeerde waarden en functies, zie hoofdthema 1) een verdedigbaar niveau kent.

Gepubliceerd door  Hugo Sinzheimer Instituut

19 september 2018